logo

Ontstaan




De naam

De praktijk

vlag andere talen

Genoemde Bijbelteksten, volgens vertaling van NBG 1951:

Hand. 15:15-18
(15) En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten, gelijk geschreven staat:
(16) Daarna zal Ik wederkeren en de vervallen hut van David weder opbouwen, en wat daarvan is ingestort, zal Ik weder opbouwen, en Ik zal haar weder oprichten, (17) opdat het overige deel der mensen de Here zoeke, en alle heidenen, over welke mijn naam is uitgeroepen, spreekt de Here, die deze dingen doet, (18) welke van eeuwigheid bekend zijn.

Amos 9:11,12
(11) Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten, Ik zal haar scheuren dichten en wat daarvan is ingestort, overeind zetten; Ik zal haar herbouwen als in de dagen van ouds, (12) opdat zij beerven de rest van Edom en van al de volken over wie mijn naam is uitgeroepen, luidt het woord van de HERE, die dit doet.

1 Kron. 16:4-6
(4) En hij stelde voor de ark des HEREN dienaren aan uit de Levieten: om de HERE, de God van Israel, te roemen, te loven en te prijzen.
(5) Asaf was het hoofd; op hem volgde Zekarja; voorts Jeiel, Semiramot, Jechiel, Mattitja, Eliab, Benaja, Obed-edom en Jeiel met muziekinstrumenten: harpen en citers: terwijl Asaf op cimbalen, (6) en de priesters Benaja en Jachaziel op trompetten, voortdurend speelden voor de ark van het verbond Gods.

1 Kron. 16:37-42
(37) Toen liet hij daar, voor de ark van het verbond des HEREN, blijven Asaf en zijn broeders om bestendig dienst te doen voor de ark, zoals het voor elke dag was voorgeschreven; (38) evenzo Obed-edom en hun broeders, achtenzestig; voorts Obed-edom, de zoon van Jedutun, en Chosa als poortwachters. (39) De priester Sadok echter, en zijn broeders, de priesters, liet hij blijven voor de tabernakel des HEREN op de offerhoogte te Gibeon, (40) om bestendig des morgens en des avonds de HERE brandoffers te brengen op het brandofferaltaar en alles te volbrengen wat voorgeschreven is in de wet des HEREN, die Hij Israel geboden had. (41) Bij hen bevonden zich Heman en Jedutun en de overige uitgelezenen, die met name waren aangewezen, om aan te heffen: Looft de HERE, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. (42) Zij, Heman en Jedutun, hadden bij zich trompetten en cimbalen voor de muzikanten, en instrumenten ter begeleiding van de zang ter ere Gods. En de zonen van Jedutun stonden bij de poort.

1 Kron. 17:16
(16) Toen ging koning David naar binnen, zette zich neder voor het aangezicht des HEREN en zeide: Wie ben ik, HERE God, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?

1 Kron. 23:28-31
(28) Zij stonden dan de zonen van Aaron terzijde bij de dienst in het huis des HEREN en gingen over de voorhoven, de vertrekken, de reiniging van al het heilige, de werkzaamheden van de dienst in het huis Gods, (29) het toonbrood, het fijn meel voor het spijsoffer, de ongezuurde dunne koeken, de bakplaat, het beslag, en alle inhoudsmaten en lengtematen; (30) en moesten voorts elke morgen en avond gereedstaan om de HERE te loven en te prijzen, (31) en evenzeer bij het brengen van alle brandoffers aan de HERE, op de sabbatten, de nieuwe maanden en de feesten, gedurig voor het aangezicht des HEREN staande in een aantal, als hun voorgeschreven was.

1 Kron. 25:1
(1) Voorts zonderden David en de legeroversten tot de dienst af de zonen van Asaf, Heman en Jedutun, die profeteerden bij het spel van citers, harpen en cimbalen. De lijst der mannen die dit dienstwerk verrichtten, was de volgende.

Hebr. 10:19-22
(19) Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, (20) langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, (21) en wij een grote priester over het huis Gods hebben, (22) laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water.

Hebr. 13:15
(15) Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden.

1 Cor. 3:16
(16) Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?

1 Petr. 2:4,5
(4) En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, (5) en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis, om een heilig priesterschap te vormen, tot het brengen van geestelijke offers, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus.

Joh. 17:20-26
(20) En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, (21) opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. (22) En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: (23) Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. (24) Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt; Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld. (25) Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; (26) en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.




Ontstaan

De naam

De praktijk

vlag andere talen